De markt beweegt al jaren. Naast de concurrerende kantoren zitten cliënten en toetreders niet stil. Er ontstaan alternatieven. Door tech en efficiëntere bedrijfsvoering lost een deel van het werk op.
De cliënt-omgeving blijft zich steeds verder professionaliseren. In de corporate omgeving zie je een beweging naar Legal Operations en enkele grote partijen bouwen hun “interne advocatenkantoren” op of versterken de juridische afdelingen. De cliënt kijkt zakelijker naar zelf doen of uitbesteden (make or buy). Bepaald werk komt niet meer op de markt.
Al jaren wordt steeds kritischer gekeken naar de prijs. Aan alle kanten wordt ingezet op verdere automatisering en rationalisering van werkprocessen.
En dan de mensen: Er start een nieuwe generatie met andere wensen en de arbeidsmarkt is krap. Ook voor de staffuncties. Hoe stem je dat af op het steeds specialistischere vraagstukken, bijhouden van kennis en het traditionele inrichtingsmodel?
Over deze problematiek zijn er in deze reeks al vele lezenswaardige handreikingen gedaan voor de eerdere auteurs Julius Scholten, Christ’l Dullaert en Monique van de Griendt, elk vanuit hun eigen discipline. Lezen van deze bijdragen kan ik zeer aanbevelen.
Dat is, in de continue veranderende bedrijfsomgeving, wat mij betreft de vaardigheid die nooit is weggeweest:
Bedrijfskundige afstemming van het kantoor op de omgeving, cliënten en intern de mensen en de werkprocessen binnen het krachtenveld (van Porter) van de concurrentie. En dat zijn niet alleen advocatenkantoren, maar ook toetreders, insourcing bij de cliënten zelf, leveranciers (van kennis; ook direct aan de klant van kantoor), toetreders (Big-4) en substituten (oa tech-gedreven).
Het afstemmen van de interne omgeving (mensen en werkprocessen) op de klantomgeving (cliënt en dossier) blijft onverminderd belangrijk. Onmisbaar zijn bedrijfskundige vaardigheden bij de advocaten en de kantoordirecteur.
Ik heb dat zelf proberen te vatten in de financiële metrokaart van de advocatuur. In de metrokaart worden medewerkers, cliënten, dossiers, werkprocessen en investeringen op elkaar afgestemd in een delicate balans van:
De kansen liggen dus op het vlak van echt luisteren naar de wensen van de cliënt en het daarop afstemmen van de werkprocessen en de mensen.
En het klinkt zo logisch, maar uit onderzoeken aan de kant van de cliënt blijkt dat het beter kan.
Dat is de krapte op de arbeidsmarkt en het houden en vinden van goede mensen. Het werk blijft in hoge mate “people business”.
Grote veranderingen worden al jaren voorspeld en er is zeker een beweging naar professionalisering en efficiëntie. De profeten in de markt roepen inmiddels al jaren dat het over 5 jaar helemaal anders is. De veranderingen gingen tot nu toe wat meer geleidelijk.
Anders werd het met de Corona-crisis. Dat heeft de markt met een schok opgeschud. In twee weken tijd bleek digitalisering en decentraal werken opeens wél te kunnen.
Wie weet heeft het ons geleerd dat andere ontwikkelingen nu sneller kunnen worden opgepakt?
Ik denk dat het iedereen verrast heeft hoe goed de dienstverlening bleef lopen. In de eerste weken heeft menige ICT-verantwoordelijke zich in het zweet gewerkt om de digitale tools alsnog op orde te krijgen, maar alle online tools bleken buitengewoon goed te werken. Iedereen binnen kantoor paste zich erop aan.
Belangrijk aandachtspunt bleek bij gesprekken in de markt het verbinding houden met een deel van het kantoor. De meer extern gerichte mensen bleven contact zoeken en onderhouden. Maar een deel van de medewerkers was minder in beeld. Ondanks inspanningen van het kantoor. Ook hier geldt weer: het is “people business” en de samenwerking ontstaat dus als je samen bent.
En dan is er nog pech: Dramatisch was het als je een gespecialiseerd kantoor had in de sectoren die hard zijn geraakt. Die kantoren hebben ingrijpende maatregelen moeten nemen.
Ik denk dat het goed is om met al deze ervaringen terug te kijken naar de veranderkracht van de kantoren. Er bleek heel veel wél te kunnen.
Starten is makkelijk, maar duurzaam een concurrentievoordeel bieden in de competitieve markt is veel lastiger. Een startend kantoor zal dus onderscheidend moeten zijn ten opzichte van de concurrentie. Hetzelfde werk voor een lagere prijs is een “race to the bottom”.
Een starter heeft dus bij aanvang helder voor ogen welke vernieuwing de markt wenst of welke behoeft onbeantwoord bleef en op welke wijze de starter daar invulling aan gaat geven. En kun je dat in een paar simpele woorden uitleggen aan de markt?
Een starter krijgt naast het werk waarvoor hij/zij is opgeleid opeens ook een reeks verantwoordelijkheden extra op het bord, wat daarvoor door een staforganisatie werd opgelost. Ook dat moet je vanaf de start leuk vinden of er een goede oplossing voor vinden.
Deze niet-cliënt/dossier gerelateerde werkzaamheden vragen veel tijd en aandacht.
Naar buiten kijken en continue verbeteren. Niet alleen bij een startend kantoor. Een advocatenkantoor is namelijk net een normaal bedrijf.
Voor al deze veranderingen moet aandacht zijn aan de bestuurstafel. Het is vooral leuk om samen met de partners te zoeken naar nieuwe kansen en het verbeteren van de bedrijfsvoering. De Clercq blinkt in die zin uit in een paar zaken:
En daar zijn we trots op!
Hans Schuurman
www.declercq.com
www.hansschuurman.com
Dit artikel maakt deel uit van een reeks artikelen in het kader van het 25-jarig jubileum van Balieplus. Klik hier om alle artikelen te lezen.
Hans Schuurman is CFO/COO van De Clercq Advocaten en Notariaat en was jarenlang adviseur en trainer.
Hij schrijft en spreekt regelmatig over winst- en efficiëntieverbetering in de juridische dienstverlening.
In een omgeving die veelal geleidelijk en soms schoksgewijs verandert is het leuk om daar met de kantoren aan te werken. Dat geeft nieuwe energie.